Als je een waxinekaarsje aan steekt en er een glas overheen zet, zal het kaarsje uit gaan. Als je dat waxinekaarsje laat drijven op water terwijl je er het glas er overheen zet, zal het water in het glas stijgen. Op het internet zwerven er verschillende verklaringen voor dit fenomeen rond.
Het kaarsje verbruikt zuurstof, waardoor er een vacuüm ontstaat en het water omhoog wordt gezogen.
Het kaarsje verwarmt de lucht in het glas, waardoor de lucht uitzet. Wanneer de kaars dooft koelt de lucht af waardoor de druk afneemt en er water omhoog wordt gezogen.
Bij het verbranden van de kaars ontstaan er waterdamp en koolstofdioxide. De waterdamp condenseert aan de binnenkant van het glas, waardoor er minder gas in het glas is en de druk afneemt. Hierdoor wordt het water omhoog gezogen.
Onderzoek welke verklaring het meest waarschijnlijk is en leg uit waarom de andere verklaringen minder waarschijnlijk zijn.